Vlaamse Reuzen

Over het ras

Begin 19e eeuw had men in de omgeving van Gent konijnen, die de huidige gewichtsnormen benaderden. De Patagonier, een groot wild landkonijn heeft heel waarschijnlijk bijgedragen aan de reuzenvorm, zoals we die tegenwoordig kennen. Met het oog op de vleesprodukte paarde men steeds de grootste dieren aan mekaar, met het gekende gevolg. Dit landkonijn bracht in het vroegindustriele tijdperk een welgekome afwisseling in het eentonige dieet van de arbeidersklasse. De populatie van dit konijnenras groeide dan ook uit tot een omvang van ongeveer 15.000 exemplaren rondom de stad Gent. Duitsers exporteerden deze dieren vervolgens naar alle delen van Europa. De Vlaamse Reus werd zeer populair op het Europese continent en in 1893 werd hij opgenomen in de eerste Duitse standaard. Het zijn ook de Duitsers geweest die van de Vlaamse Reus het aristocratische ras hebben gernaakt dat het nu is. Door intensieve selectie hebben zij het huidige lange, brede type weten vast te leggen. Alleen vindt men in Duitsland vaak nog grotere en nog imposantere dieren dan hier.

Omdat zij de Vlaamse Reus hebben gecreeerd zoals het ras er op dit moment uit ziet meenden de Duitsers de naam van dit ras te moeten omdopen in 'Deutsche Riessen'. Onder deze naam staat het ras bekend in Duitsland. In alle overige Europese landen staat het bekend onder de naam die het rechtens toekomt: 'Vlaamse Reus'.

In Nederland werd de Vlaamse Reus in 1907 erkend. Net als in Belgie waren deze konijnen wat kort en plomp van bouw. Wijlen de heren Klaas Steenhuis en Beswerda hebben middels import uit Duitsland en het geven van richtlijnen voor de fok van dit adellijke ras veel bijgedragen aan de stand van het ras.

De Vlaamse reus moet minstens 6 kg wegen maar konijnen van om en bij de 7 kg laten hun adel het best tot hun recht komen. De dieren moeten over fors beenwerk beschikken. Kort gebouwde types zijn uit den boze, de Vlaamse reus moet minstens 65 cm lang zijn. Wat nog sterk opvalt aan dit zware konijn zijn de grote oren, deze mogen gerust 20 cm lang zijn. Bij dit grote konijn hoort uiteraard een goed ontwikkeld hoofd. Vooral de ram moet door zijn brede kop en ronde snuit zijn mannelijkheid uitstralen. De Vlaamse reus is in de eerste plaats een tentoonstellingsdier maar ook als slachtkonijn levert het smakelijke konijnenstukken op. Alleen op het vlak van de vruchtbaarheid is dit ras geen uitblinker.

 

Kleuren

Vlaamse reuzen zijn erkend in de kleurslagen, konijngrijs, wit, haaskleur, ijzergrauw, zwart, blauw, blauw grijs, blauw grauw en geel. Een keus te over dus aan kleuren bij dit ras. Er worden soms bonte vlaamse reuzen aangeboden maar dit is geen erkende kleur.


Geel

Konijngrijs

IJzergrauw

Wit

Blauw


Chinchilla